Hun hele leven speelden de zussen Cato en Mies Hansté bij TVC’28 in Tubbergen. Afgelopen zomer stapten ze allebei over naar de voetbalacademie van een betaald voetbalclub. Cato komt uit voor Go Ahead Eagles O17, Mies voor FC Twente O17. Hun gehoorbeperking is geen enkele sta-in-de-weg om zich te kunnen ontwikkelen als voetballer. We blikken met Cato en Mies terug op hun tijd in JO15-1 van TVC’28.
De speler
Voordat Cato Hansté (15) en haar zus Mies (14) naar respectievelijk Go Ahead Eagles en FC Twente overstapten, voetbalden ze hun hele leven bij TVC’28. De zussen uit Tubbergen zijn beiden slechthorend.
Cato heeft, zoals ze zelf zegt, een andere manier van luisteren nodig. “Als ik aan de kant van de trainers sta, hoor ik alles wat zij zeggen. Sta ik aan de andere kant, dan mis ik wel eens wat woorden. Vanwege de wind die in mijn oren komt en het gepraat op het hele veld. Soms denken mensen dan dat ik niet oplet. Dat doe ik wel, alleen konden mijn oren het niet ‘vangen’.”
“Mijn gehoorbeperking speelt niet echt een rol meer in het voetbal. Ik hoef er niet bewust mee bezig te zijn. Soms heb je tegenstanders die boos zijn als ze hebben verloren of als ik ze goed verdedigd heb. Dan hoor ik ze iets zeggen over mijn gehoor. Vroeger had ik daar veel last van, maar nu maakt mij dat eigenlijk helemaal niets meer uit. Ik laat ze praten, want uiteindelijk hebben zij een excuus nodig voor hun verlies.”
Mies wil een voorbeeld zijn voor alle slechthorende en dove kinderen. “Laten zien dat je alles kan bereiken. Ik ben heel blij dat ik de overstap heb mogen maken naar FC Twente MO17. Vooral omdat mijn gehoorbeperking geen invloed daarop heeft gehad. Ik kan nu echt alles uit mezelf halen om de top te bereiken. Dat is ook mijn droom. Nu ik eenmaal die stap heb gemaakt zit er maar één ding op: de mensen over de hele wereld laten zien dat een beperking geen belemmering is voor talent en hard werken.”
“Ik krijg van tevoren duidelijke instructies van de trainers. Over mijn taak en het beoogde doel. Dat is voor mij belangrijk. Tijdens de training sta ik bij de uitleg vaak al vooraan, zodat ik het goed kan verstaan. Met nieuwe oefeningen kijk ik het eerst af bij een ander. Alleen bij veel wind kan ik niets verstaan wat er vanaf de kant gezegd wordt. Het belangrijkste is dat trainers eerst mijn aandacht hebben. Mijn teamgenoten helpen daarbij. Hoor ik de trainers niet, dan roept mijn teamgenoot mij of geeft de info aan mij door. Trainers kunnen vanaf de kant ook bepaalde tekens maken, zodat ik weet wat ik moet doen.”
De trainer
Koen Leemhuis heeft als trainer van het selectieteam JO15-1 van TVC’28 beide zussen onder zijn hoede gehad. Mies kende hij al langer uit de JO8 en JO10.
“Eigenlijk sta ik er niet eens meer bij stil dat Cato en Mies slechthorend zijn. Je doet als trainer sommige dingen even op een andere manier, maar dat gaat al snel als vanzelf. Je houdt vooral rekening met de manier waarop je hen kunt bereiken. In trainingen kun je dat zelf goed sturen, in wedstrijden is dat soms lastiger vanwege de afstand en de wind. Dat lossen we dan op door even contact te zoeken als het spel stilligt of we geven de aanwijzingen door via een teamgenoot.”
“Op de training loopt alles heel natuurlijk. Als we een oefenvorm uitleggen doen we dat 1 op 1. Of we zorgen ervoor dat we dichtbij Cato en Mies staan, zodat ze het meteen goed kunnen horen. Ook werken we heel veel met voorbeelden. De oefenvorm voordoen, zodat ze het kunnen zien. Dat werkt voor elke speler het beste.”
“Het mooie is dat we hier als trainers zelf ook van leren. We zijn ons veel bewuster van dingen geworden. Zoals de oefeningen duidelijk voordoen, heel goed articuleren als je iets uitlegt, veel meer 1 op 1 bezig zijn met spelers. Dat werkt niet alleen voor Cato en Mies beter, maar ook voor de rest van het team. In plaats van alles maar over het veld te schreeuwen, benaderen we iedereen juist heel rustig, met de juiste toon. We hebben echt het gevoel dat alles daardoor veel beter binnenkomt bij de spelers.”
“Als trainers hebben we vanuit de club geen speciale ondersteuning gekregen. Dat was ook niet nodig. Tubbergen is een klein dorp, iedereen kent elkaar. Dus we waren al op de hoogte van de gehoorbeperking van Cato en Mies. We hebben vooraf wel met hun ouders besproken hoe we er het beste mee om konden gaan. Ik kan me best voorstellen dat je even aan de situatie moet wennen als je daar als trainer voor het eerst mee te maken krijgt. Maar het went ook snel. De tipkaarten kunnen daar goed bij helpen. Ik zag ze laatst al bij TVC’28 in de kantine liggen. Dat is mooi, want dan krijg je een veel breder bereik dan alleen de trainers.”
De teamgenoten
Liam Albers (14) en Tijn Potijk (14) waren teamgenoten in JO15-1 van TVC’28. Met Mies speelden ze drie jaar samen, met Cato één seizoen.
Liam Albers staat ‘op 6’ en was als linkermiddenvelder direct met Mies en Cato betrokken. “Ze zijn voor mij normale spelers, net als iedereen. Het is wel eens voorgekomen dat Cato tijdens een partijvorm door bleef dribbelen, terwijl de trainer allang ‘stop’ had gezegd. Daar moeten we dan wel even om lachen. Niet uitlachen, maar gewoon omdat het grappig is. Ik hoefde me niet echt aan te passen. Ze spelen net als ik aan de linkerkant, waardoor we veel (moeten) communiceren met elkaar tijdens wedstrijden. Als ik schreeuwde dat ze diep moest gaan, dan gaf ik daar automatisch een handgebaar bij. Dat is voetbaltaal, dus dat doe ik bij elke teamgenoot. Tegen voetballers die iemand in hun team krijgen die minder goed kan horen, zou ik zeggen: gewoon normaal behandelen. Misschien alleen iets harder schreeuwen.”
Ook Tijn Potijk is middenvelder, alleen staat hij op rechts geposteerd. “In wedstrijden merkte ik er eigenlijk niet zo veel van dat Cato en Mies minder goed horen. Meestal staat de trainer aan de kant waar Cato en Mies speelden. Die loste soms dingen op door te coachen. Zelf deed ik dat met mijn armen. Naar links of rechts wijzen. Dat werkte prima. Ze wisten meteen wat ik bedoel. Hoe langer je samenspeelt, hoe vanzelfsprekender dat wordt. Als ze het even niet horen, dan moet je niet meteen boos worden. Gewoon accepteren dat het zo is. Als het spel even stilligt kun je het alsnog zeggen. En soms moet je gewoon even wat harder schreeuwen als je iets aan ze vraagt.”





