Home » Onderzoek en Cijfers
Onderzoek en Cijfers
Dove en slechthorende mensen zijn net zo gemotiveerd om te sporten als horende mensen. Toch sporten zij minder vaak. Hier vind je cijfers en onderzoek die dit verschil uitleggen. Deze vormen ook de basis voor onze kennisproducten.
Sociale toegankelijkheid
Iedereen wil zich welkom voelen in de sport. Dat geldt ook voor sporters die extra ondersteuning nodig hebben (Mulier Instituut, 2025). Voor velen is die sociale toegankelijkheid het belangrijkst voor een vanzelfsprekende sportdeelname, ook wanneer er andere drempels zijn. Andere mensen kunnen ondersteunen bij het realiseren van die sociale toegankelijkheid bijvoorbeeld door te zoeken naar mogelijkheden, onderlinge afstemming en vragen te stellen.
1.
Communicatiebarrières
Op veel clubs is gesproken communicatie de norm, waardoor dove en slechthorende sporters belangrijke instructies en informele gesprekken missen. Dit maakt meedoen lastiger. (Hoogendoorn et al., 2016)
2.
Sociale isolatie
Belemmeringen in communicatie, sociale acceptatie en het ontbreken van gepaste aanpassingen beperken de sportparticipatie en het gevoel van erbij horen (Sparreboom, 2022).
3.
Extra inspanning
Het volgen van gesprekken en uitleg kost vaak extra energie. Dit kan leiden tot vermoeidheid. (Sparreboom, 2022 & Deelkracht, 2022).
Praktische toegankelijkheid
Naast sociale toegankelijkheid is ook de praktische kant belangrijk. Dit gaat over de omgeving, hulpmiddelen en de omstandigheden waarin je sport.
Sportaccommodaties
Slechte akoestiek en verlichting maken het lastig om instructies te volgen. (Hoogendoorn et al., 2016).
Risico’s tijdens sport
Water, zweet of een bal kunnen gehoorapparaten beschadigen. Daardoor kunnen sporters ze soms niet dragen. Hierdoor wordt het volgen van gesproken communicatie moeilijker (Hoogendoorn et al., 2016).
Houding van trainers en clubs
Toegankelijkheid gaat niet alleen over de ruimte. De houding van trainers en clubs is vaak het belangrijkst. Een open en inclusieve houding maakt een groot verschil (Sparreboom, 2025a).
Ervaringen van doven/slechthorenden
Naast drempels zijn er ook voordelen van doof of slechthorendheid bij sportdeelname:
Ik heb het idee dat mijn ogen beter werken omdat ik
slechthorend ben. Ik zie snel dingen en ook veel tegelijkertijd. En ik heb een goed spelinzicht. Daarmee kan ik een hoopcompenseren
Jop
Doof-/slechthorendheid is een kracht: ik ben visueel sterk,
haal snel informatie uit non-verbale communicatie en
emoties
Leonie
1.
Wist je dat...
In Nederland leven naar schatting 1,2 miljoen mensen die doof of slechthorend zijn.
2.
Wist je dat...
Er grote verschillen zijn in hoe mensen communiceren? Sommige mensen gebruiken een cochleair implantaat (CI), anderen liplezen of gebruiken Nederlandse Gebarentaal (Sparreboom, 2022).
3.
Wist je dat...
Slechthorende mensen zich soms tussen twee werelden voelen? Ze voelen zich niet altijd helemaal thuis bij dove én horende groepen. (Sparreboom, 2022)
4.
Wist je dat...
sociale toegankelijkheid wordt gecreëerd met een open houding, waarin de ervaringen van dove en slechthorende sporters worden erkend en serieus genomen (Sparreboom et al., 2025a; Sparreboom et al., 2025b).
Nieuwe factsheet
Sparreboom, C., Hoogendijk, R., Gómez Berns, A., & Lindert, C. van (2025a). Sporten voor mensen met een handicap vanzelfsprekend: cijfers en ervaringen, factsheet 2025/39. Utrecht: Mulier Instituut.
Sparreboom, C., Aydoğan, G.N., & Elling, A. (2025b). Niet altijd serieus genomen: sportkaderleden met een beperking over inclusie en diversiteit. Utrecht: Mulier Instituut.
Sparreboom, C. (2022). Silence on the field: deaf and hard of hearing football, futsal, and other team sports players’ experiences of sports inclusion and participation. Leiden: Universiteit Leiden.
Deelkracht. (2022). E-learning: Sporten doe je samen! Ook als je doof/slechthorend bent. https://lerenbijkentalis.nl/sporten_doe_je_samen/#/lessons/Xh48e04e2z_- x9kvGlmXWBQekkwI_lGi
Hoogendoorn, M. P., & De Hollander, E. L. (2016). Belemmeringen en drijfveren voor sport en bewegen bij ondervertegenwoordigde groepen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2016-0201.pdf